Posts tonen met het label michiel bulthuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label michiel bulthuis. Alle posts tonen

zondag 8 november 2009

'Taal is ongrijpbaar en toch zo tastbaar'


In haar zevende levensjaar ontdekte Kim Buntsma haar liefde voor taal. Vandaag de dag voert ze gegevens in op een kantoor. Een combinatie van die twee zaken is terug te vinden in haar stuk ‘Wat er wel niet is’, dat op Hollandse Nieuwe 11 werd opgevoerd. 'Wat er wel niet is' gaat over vier ambtenaren op een fictief kantoor, die de hele dag praten over koffie, papier en thee.

Wat fascineert je zo aan taal?
Ja, wat fascineert me zo aan taal… het lijkt alsof het pasbaar is, maar tegelijkertijd glipt het uit je handen. Van heel veel andere dingen denk ik ‘waarom zou ik me daar druk om maken’. Maar taal is zo ongrijpbaar en toch zo tastbaar. Ik ben er altijd wel mee bezig. Zo stond ik laatst op Waterlooplein na te denken over de economie. Dat er mensen zijn die altijd met die cijfertjes bezig zijn, en dan denk ik aan mijn eigen afschriften en dan denk ik: dat zijn eigenlijk ook woorden. Is taal wel wat taal is? Ik had ook iets anders kunnen kiezen. Muziek kan ook taal zijn. Maar wanneer is dat taal? Als het is opgenomen? Als ik mijn beroep had gemaakt van viool spelen had ik daar gestaan met een stuk hout in mijn handen. Ja, en dan had ik een stuk hout gehad. Ik weet het antwoord zelf ook nog niet en ik zal er ook wel over blijven nadenken.

Zou je kunnen zeggen dat hetgeen je zo aanspreekt in taal het mysterie is?
Tja, mysterie, mysterie… ik vind taal spannend, maar ook heel eng. Ja, ik vind mysteries leuk. Ik heb maar weinig nodig om iets spannend te vinden.

Je werkt op een kantoor. Kan je daar wat over vertellen?
Ik werk in een back office van een school. Ik ben de hele dag bezig met gegevens invoeren en uit het systeem halen.

Wat voor gegevens zijn dat? Wie hebben wat aan die gegevens?
Uhm… ja… (denkt lang na). Ja, de mensen die op die school werken.

Hoe dan? Voer jij de cijfers in of zo?
Nee, nee, dat niet. Ik moet ervoor zorgen dat de mensen op die school hun werk kunnen doen.

Wat heb je bijvoorbeeld vandaag gedaan?
Vandaag ben ik vooral bezig geweest met een telefoonlijn. Die deed het niet goed dus ik moest de hele tijd naar de techniek heen en weer. Tachtig procent van de dag ben je bezig met zorgen dat de communicatie goed werkt. Dan is er weer iets met de telefoon, dan sta ik in het printerhok waar ik carbonpapier wil oprollen, maar dan moet ik weer naar de techniek voor een apparaat. Dat mag niet handmatig.

Wat is jouw perceptie van het kantoorleven?
Mijn perceptie van het kantoorleven… ik vind al snel iets een kantoor. Ik heb veel in de horeca gewerkt en dat vind ik geen kantoor. Een kantoor is een plek waar kantoorartikelen onontbeerlijk zijn. Ik heb in een ziekenhuis gewerkt, dat vind ik geen kantoor. Bij een kantoor denk ik aan de overheid, of het belastingkantoor. Ja, in de horeca zijn natuurlijk ook kantoorartikelen nodig, voor het betalen van rekeningen en zo…

De vorige keer dat we elkaar spraken zei je dat mensen op kantoor ‘leuteren over niks’. Wat bedoel je daarmee?
Leuteren over niks… hmm… nou ja, op kantoor gaat het over hele kleine dingen. Je raakt heel snel kwijt waar het over gaat. In sommige bedrijven is het zo duidelijk. Als je in een bakkerij werkt dan sta je bij de toonbank, legt iemand geld neer en dan ben je bezig met een transactie. Maar in zo’n groot bedrijf waar zoveel mensen werken is het onderwerp gauw zoek. De helft van de tijd gaat de communicatie over communicatie. Misschien is het handig als ik een voorbeeld geef.

Graag!
Ik zit op kantoor. Ik kom aan, ik zet mijn pc aan, bekijk mijn post, zet koffie, en bedenk me dan dat ik tijdelijk ergens anders werk. En mijn collega, waar ik nauw mee samenwerk, die werkt nog op de andere plek. En ik bedenk me dat ik nog moet controleren of hij door de poortjes op het station is gekomen. Dus voordat ik aan het werk ga doe ik dat. Dan vraag ik: 'Ben jij met je abonnement door de poortjes gekomen?' En hij zegt: 'nee, jij wel?' 'Ja, ik wel.' 'Maar hoe ben je dan op je werk gekomen?' 'Ik ben met iemand door het poortje meegelopen.' En dan ben ik benieuwd hoe hij de volgende dag weer naar zijn werk zal komen.

Maar dat is toch niet leuteren over niks?
Nee, maar het geeft wel aan… ik vind het tekenend voor de uitzichtloosheid. Dan komt er weer een nieuwe database en moet je allemaal cursussen volgen. Er is altijd wel wat te zeuren op kantoor.

vrijdag 6 november 2009

Flirten met citaten in De Luchtballon

Door Michiel Bulthuis

‘Geduld verliest men het makkelijkst als men het niet bezit,’ leest hoofdpersoon Brian een klant in de bibliotheek de les. Zo begint De Luchtballon, een voorstelling die uit elkaar barst van poëtische teksten, tegeltjeswijsheden en filosofische overdenkingen.

De Luchtballon gaat over de ontluikende liefde tussen twee zeer belezen jonge mensen. Dat boeken een grote rol spelen blijkt al uit de aankleding van het stuk. Regelmatig dimmen de lichten en wordt het vertrek verlicht door een voorbij rollende stroom letters. De acteurs lopen allebei rond met een dik, opengeslagen boek in hun hand. Op de pagina’s hebben ze het script geplakt. Een slimme manier om een reading te geven en toch in de sfeer van het stuk te blijven.

Daniël Osei Bonsu schreef het stuk als inzending voor theaterfestival Hollandse Nieuwe 11. Woensdag 4 november ging zijn voorstelling, in regie van Saban Ol, in première. Bonsu’s karakters lijken wandelende citatenboeken. Ze spreken in wijsheden, levenslessen en gedichten. “Mensen die niets te zeggen hebben schrijven boeken,” citeert Nadieh (Wandana Biekram) als Brian (José Klaase) opbiecht bijna zijn eerste boek - ‘De wet van Brian’ - te hebben voltooid. “Mensen die veel te zeggen hebben, kunnen niet schrijven,” antwoordt hij daarop. Het is hun manier van flirten om continu de ander de loef af te steken. En er wordt wat afgeflirt.

Bonsu rijgt uitspraken die ogenschijnlijk geen verband hebben op een knappe manier aan elkaar. Daar zit meteen het gevaar van de voorstelling. Door de overkill aan grote woorden wordt de noodzaak om precies te begrijpen wat de teksten betekenen steeds minder. Het is zwaar om zoveel overdenkingen in zo’n korte tijd te verwerken. Elke zin is er eentje om over na te denken en daar krijgt de toeschouwer geen tijd voor. Bovendien vertelt iemand die continu in citaten praat eigenlijk niet zoveel.

Af en toe schemert plots de verhaallijn door. “Weten wat je vergeet is een vorm van herinneren,” zegt Nadieh om Brian ervan te overtuigen dat je aan je verleden niet ontkomt. Ze denken beide liever niet terug. Uiteindelijk doen ze dat toch. Het zijn dan niet slechts citatenboeken, maar mensen met een verleden. Dan wordt het stuk pas echt interessant. De wending waar dit in uitmondt is zeer verrassend.

De Luchtballon hangt aan elkaar van mooie zinnen. Een prestatie aan de kant van de schrijver, maar wat minder bombast zou de voorstelling goed doen.

De Luchtballon is nog te zien op zaterdag 7 november om 21.00.

maandag 26 oktober 2009

‘Wat er wel niet is’ kan nog komen


AMSTERDAM - Acteren zat er niet in, tijdens de eerste repetitie voor ‘Wat er wel niet is’ van schrijfster Kim Buntsma. Eerst moest het gezelschap uitvinden wat ze eigenlijk moeten spelen. Regisseur Aat Ceelen: ‘Ik mag een boon zijn als ik er iets van snap.’

Zeven uur ’s avonds. Een voormalig schoolgebouw aan de Kempenaerstraat. In het hoekje van een verder leeg klaslokaal zitten vijf mannen en vrouwen aan een tafel. Over twee weken moeten zij een gepaste uitvoering bedacht hebben voor het stuk ‘Wat er wel niet is’, van Kim Buntsma.

De acteurs kennen elkaar allemaal niet. Aan regisseur Aat Ceelen de taak om het geheel op de rails te krijgen. Hij is dan ook veel aan het woord. Hij vertelt wat de mogelijkheden zijn, wat ze wel en niet kunnen veranderen aan het script. ‘Dit stuk is nu van ons, niet van haar,’ benadrukt hij. ‘Maar we gaan er wel voor zorgen dat het straks weer van haar is,’ voegt hij er aan toe. Elders in Amsterdam zucht iemand van opluchting.

Kim Buntsma schreef ‘Wat er wel niet is’ als inzending voor de elfde editie van Hollandse Nieuwe. Dit theaterfestival biedt beginnende schrijvers en makers de kans om een groot publiek te tonen wat ze in huis hebben. De acteurs krijgen een stuk toegewezen en moeten zich daar maar mee redden.

Iets veranderen aan het script wordt al snel een aantrekkelijke optie voor de toneelgroep. ‘Ik mag een boon zijn als ik er iets van snap,’ biecht Ceelen op. Alle aanwezigen zijn het erover eens dat dit geen eenduidig stuk is. Wat bedoelde de schrijfster hiermee? De karakterprofielen lijken wel psychiatrische dossiers. Speelt het zich af op een kantoor of in een inrichting? Middels een gesprek dat niet had misstaan in een filosofieworkshop, ontdekken ze beetje bij beetje met welke gedachte het script geschreven zou kunnen zijn.

De achterliggende gedachte is duidelijk, maar ook de toon van het stuk staat ter discussie. ‘Het lijkt op sketches, het lijkt op oneliners, maar dat is het niet,’ peinst Ceelen. Acteur Leo Janssen krijgt associaties met de film One Flew Over The Cuckoo’s Nest. ‘Ik vind het ook een beetje een eng stuk,’ gooit hij in de groep. Ze laten dit vraagstuk even voor wat het is. ‘Dit moeten we gaandeweg met elkaar uitvinden,’ denkt Ceelen.

Samen nemen ze het stuk helemaal door. Ieder leest zijn eigen rol op. Aangezien de persoon die Meneer Piemelfeef moet spelen niet kon komen, neemt de regisseur die rol voor zijn rekening. Gaandeweg proberen de acteurs de juiste toon voor hun personage te vinden. Uit angst dat hij de rest overschreeuwt, probeert Janssen een stil typetje uit. Zelf is hij hier tevreden over, maar de regisseur ziet juist wel wat in een extreem uitbundige vertolking van de rol.

Half tien. De groep gaat uit elkaar zonder voor een definitieve vorm te hebben gekozen. Die twee weken voorbereidingstijd lijken opeens een stuk korter. Dramaturg Celine Buren ziet het in ieder geval zonnig in. ‘Dit wordt briljant, omdat er nog niets is,’ grapt ze.

Op het festival is er wel iets. ‘Wat er wel niet is’ is te zien op de volgende tijden:
Donderdag 5 november, 21:30 uur, Oostelijk Meterhuis
Zaterdag 7 november, 22:00 uur, Oostelijk Meterhuis


Door Michiel Bulthuis