Door: Maaike Schuurmans
‘Kies en kus tonight,’ is de opdracht voor het publiek vanavond. ‘Zet uw telefoon op tril – je weet nooit wie je nog gaat bellen of smsen - en maak ook kennis met je buren!’ Het publiek maakt lachend kennis met de buren; een koppeltje geeft elkaar een zoen. ‘het is vanavond onze taak het publiek een kus mee te geven.’
‘work in progress’
Hoewel het publiek bij de inloop wordt verwelkomd door de acteurs en de voorstelling reeds lijkt begonnen, komt er toch een man op het podium vertellen dat het een ‘work in progress’ is vanavond. Welkom op Hollandse Nieuwe 11 bij de voorstelling Ik Wil Je geschreven door theatermaker en regisseur Loes Hegger, die zelf ook in de zaal zit. Een accordeonist en vier acteurs met de tekst nog in de hand moedigen het publiek aan. Accordeonmuziek klinkt. ‘Vanavond gaat het om u en mij, u gaat iemand kiezen om te kussen, dus wie ziet u naast u, wie gaat ú straks kussen?’
Kies en Kus Show
Eén van de mannen kondigt als een circusdirecteur de kussenparade aan: de luchtkus, de wetenschappelijke kus, de verliefde kus, de geweigerde kus, de woedende kus. Ze komen allemaal voorbij en worden getoond door twee ijverige acteurs. En dat allemaal in een bioscoopzaal van het Ketelhuis vanavond. Lekker weggezakt in zo’n rode bioscoopstoel zijn de verschillende kussen – zeker niet de filmkus - niet moeilijk voor de geest te halen. Maar dit is geen film, het licht blijft aan, en het publiek wordt geconfronteerd met de opdracht iemand te gaan vinden vanavond om mee te kussen. ‘Want vanavond kan alles, op het gebied van kussen dan.’
Multiculturele kus
Naast de kussenparade, die de rode draad van het verhaal vormt, komen nu ook de andere verhaallijnen tot leven, een vrouw heeft een opvallende dalmatiër gezien en vraagt zich af of het een teken is. Ook maken we kennis met meneer en mevrouw Jansen. Maar deze lijnen vallen in het niet bij de steeds terugkerende kussenparade: de eerste kus, en ook: de multiculturele kus: ‘als jij niet met hem wil,’ wordt één van de twee actrices verteld; ‘dan heb je een vooroordeel.’ Vervolgens roept één van de mannen haar met zwaar accent toe: ‘Hé, ken ik jou niet ergens van.. is deze plaats al bezet.’ Hij vervolgt: ‘Multi is veel en cult is groep, dat betekent groepskus.’ Maar er zijn ook twee vrouwen in een café die het een man lastig maken. De sfeer is veranderd, kussen is niet alleen maar leuk, want hoe moet het en met wie en wanneer precies? De personages zijn de kussenparade inmiddels zat: ‘Kunnen we het niet over iets anders hebben? Eerwraak? Islam?’ En ook: ‘We moeten het over zoiets als zinloos geweld hebben. Kan heel leuk zijn.’ De circusdirecteur die eerst nog zo enthousiast de kussenparade aankondigde. wordt nu boos aangekeken: ‘Jij vraagt ons van alles, maar wie ben jij?’
Uiteindelijk verlaat het publiek de voorstelling vrolijk, het koppeltje geeft elkaar weer een zoen. Loes Hegger stapt lachend op de acteurs af. Misschien was met nog iets meer tijd en ‘work’ van de acteurs ook meer ‘progress’ gekomen zodat de grappige tekst meer diepgang had gekregen. Naar het einde van het stuk krijgen de andere kanten van de personages weinig kans omdat ze toch een beetje worden overschaduwd door de geestige kussenparade. Nu op naar de volgende voorstelling en daarna naar het Ketelhuis voor de fijne beats van DJ Leroy Rey & Berenice. Wie weet valt daar nog een kus te halen: een teasende Hollandse -Nieuwe –kus.
vrijdag 6 november Ik Wil Je
Posts tonen met het label Maaike Schuurmans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maaike Schuurmans. Alle posts tonen
zondag 8 november 2009
dinsdag 3 november 2009
Omar Dahmani schrijft Zaka De Klootzak
Door : Maaike Schuurmans
‘Het stuk heet Zaka De Klootzak,’ zegt de jonge schrijver Omar Dahmani over zijn theatertekst die hij inspireerde op zijn eigen vrienden: ‘Het is genoemd naar een vriend van mij, in het echt heet hij ook Zaka, heb hem al een tijdje niet meer gesproken..’
Dahmani was bij eerdere edities van Hollandse Nieuwe betrokken als acteur, maar deze elfde editie greep hij zijn kans om als schrijver aan de slag te gaan. Hij schreef een theatertekst over drie hangjongeren: ‘Vijfenveertig minuten lang zitten ze op een bankje en er gebeurt eigenlijk niets. Als je elkaar elke dag ziet heb je elkaar weinig nieuws te vertellen’. Wel gaat Dahmani’s tekst over vriendschap, de drie hangjongeren zijn dan ook geïnspireerd op zijn eigen vrienden: ‘Ik heb het hier en daar ook uitvergroot en aangedikt natuurlijk, maar met quotes uit het echte leven.’
Hollandse Nieuwe, het jaarlijkse theaterfestival georganiseerd door het Amsterdamse productiehuis MC, heeft zich tot doel gesteld om naast nieuwe theatermakers ook nieuwe theaterschrijvers een podium én begeleiding te geven. Dahmani voelt zich goed thuis bij MC: ‘Omdat elke voorstelling die ze maken totaal anders is, omdat ze bij elke voorstelling theater totaal opnieuw lijken te benaderen,’ zegt hij enthousiast: ‘Daarom houd ik van MC!’ En de begeleiding die hij vanuit MC kreeg beviel Dahmani ook goed: ‘Het verhaal zou zonder begeleiding niet wezenlijk anders zijn geweest maar de gesprekken hebben me wel veel bewuster gemaakt bij het schrijven.’ Na de eerste reading, waarbij acteurs de tekst voor hem lazen, heeft hij een aantal punten scherper gemaakt en een paar overgangen aangepast: ‘Nu is ie ultiem, beste stuk ooit!’
Het uithanden geven van zijn tekst aan de regisseur en acteurs die het de komende week op het festival zullen gaan opvoeren was voor Dahmani geen probleem. ‘Ik vind het nice,’ zegt Dahmani die al een klein beetje weet hoe het eruit gaat zien: ‘Wat ze met de openingsscene doen vind ik heel indruk wekkend.’ Wel heeft Dahmani nog met de acteurs gepraat: ‘Ze vonden mijn vrienden heel raar..’
Naast schrijver is Dahmani ook rapper én heeft hij zitting in een denktank, een adviesorgaan voor de gemeente Amsterdam. De denktank heeft tot taak te adviseren over de bevordering van de sociale cohesie in Amsterdam noord. ‘Het is echt een motivatie’, zegt Dahmani: ‘Hele succesvolle mensen, invloedrijke zakenmensen, uitgevers enzo, zitten samen in de danktank.’ Met een vriend vertegenwoordigt Dahmani binnen de denktank de stem van de jongeren. Deze stem is wellicht terug te horen in zijn tekst Zaka De Klootzak:‘De manier waarop zij denken dat jongeren denken is te makkelijk, alsof jongeren hele kortzichtige mensen zijn die niet verder denken dan dat er hangplekken moeten komen.’ Maar naast het schrijven en de denktank moet het rappen niet vergeten worden:‘Kom naar de voorstelling kijken en op 15 november naar de Bitterzoet – voor een rap optreden - , dan heb je een goed beeld van mij.’
Er zijn inmiddels ideeën gegroeid om de tekst Zaka De Klootzak uit te gaan breiden: ‘ik heb het er met de regisseur over gehad om deze tekst uit te breiden tot iets heel groots! Op de vraag of Dahmani liever op het podium staat of liever schrijft kiest hij toch voor dat laatste, hoewel, het gaat om iets creëren: ‘Alleen op m’n kamer iets lezen en schrijven.’ En mocht hij ooit uitgeschreven zijn over zijn vrienden – of geen vrienden meer hebben - dan heeft Dahmani genoeg andere inspiratiebronnen om over te schrijven met vijf broers en vier zussen: ‘Over hoe je in de rij moet staan voor je eten’ zegt hij, ‘mijn familie is meer dan een theaterstuk waard’.
Maar met Zaka De Klootzak is Dahmani vooralsnog niet klaar: ‘Ik denk erover een drieluik te maken waarin ze ouder worden.’ Hoe het de drie vrienden uit het stuk zal vergaan weet Dahmani nog niet precies maar in het derde deel - ze zijn dan bejaard – weet hij één ding wel zeker: ‘Ik weet niet waarom, maar ik wil dat Zaka in het derde deel doodgaat. Hij – de echte Zaka – zou dat niet leuk vinden..’
‘Het stuk heet Zaka De Klootzak,’ zegt de jonge schrijver Omar Dahmani over zijn theatertekst die hij inspireerde op zijn eigen vrienden: ‘Het is genoemd naar een vriend van mij, in het echt heet hij ook Zaka, heb hem al een tijdje niet meer gesproken..’
Dahmani was bij eerdere edities van Hollandse Nieuwe betrokken als acteur, maar deze elfde editie greep hij zijn kans om als schrijver aan de slag te gaan. Hij schreef een theatertekst over drie hangjongeren: ‘Vijfenveertig minuten lang zitten ze op een bankje en er gebeurt eigenlijk niets. Als je elkaar elke dag ziet heb je elkaar weinig nieuws te vertellen’. Wel gaat Dahmani’s tekst over vriendschap, de drie hangjongeren zijn dan ook geïnspireerd op zijn eigen vrienden: ‘Ik heb het hier en daar ook uitvergroot en aangedikt natuurlijk, maar met quotes uit het echte leven.’
Hollandse Nieuwe, het jaarlijkse theaterfestival georganiseerd door het Amsterdamse productiehuis MC, heeft zich tot doel gesteld om naast nieuwe theatermakers ook nieuwe theaterschrijvers een podium én begeleiding te geven. Dahmani voelt zich goed thuis bij MC: ‘Omdat elke voorstelling die ze maken totaal anders is, omdat ze bij elke voorstelling theater totaal opnieuw lijken te benaderen,’ zegt hij enthousiast: ‘Daarom houd ik van MC!’ En de begeleiding die hij vanuit MC kreeg beviel Dahmani ook goed: ‘Het verhaal zou zonder begeleiding niet wezenlijk anders zijn geweest maar de gesprekken hebben me wel veel bewuster gemaakt bij het schrijven.’ Na de eerste reading, waarbij acteurs de tekst voor hem lazen, heeft hij een aantal punten scherper gemaakt en een paar overgangen aangepast: ‘Nu is ie ultiem, beste stuk ooit!’
Het uithanden geven van zijn tekst aan de regisseur en acteurs die het de komende week op het festival zullen gaan opvoeren was voor Dahmani geen probleem. ‘Ik vind het nice,’ zegt Dahmani die al een klein beetje weet hoe het eruit gaat zien: ‘Wat ze met de openingsscene doen vind ik heel indruk wekkend.’ Wel heeft Dahmani nog met de acteurs gepraat: ‘Ze vonden mijn vrienden heel raar..’
Naast schrijver is Dahmani ook rapper én heeft hij zitting in een denktank, een adviesorgaan voor de gemeente Amsterdam. De denktank heeft tot taak te adviseren over de bevordering van de sociale cohesie in Amsterdam noord. ‘Het is echt een motivatie’, zegt Dahmani: ‘Hele succesvolle mensen, invloedrijke zakenmensen, uitgevers enzo, zitten samen in de danktank.’ Met een vriend vertegenwoordigt Dahmani binnen de denktank de stem van de jongeren. Deze stem is wellicht terug te horen in zijn tekst Zaka De Klootzak:‘De manier waarop zij denken dat jongeren denken is te makkelijk, alsof jongeren hele kortzichtige mensen zijn die niet verder denken dan dat er hangplekken moeten komen.’ Maar naast het schrijven en de denktank moet het rappen niet vergeten worden:‘Kom naar de voorstelling kijken en op 15 november naar de Bitterzoet – voor een rap optreden - , dan heb je een goed beeld van mij.’
Er zijn inmiddels ideeën gegroeid om de tekst Zaka De Klootzak uit te gaan breiden: ‘ik heb het er met de regisseur over gehad om deze tekst uit te breiden tot iets heel groots! Op de vraag of Dahmani liever op het podium staat of liever schrijft kiest hij toch voor dat laatste, hoewel, het gaat om iets creëren: ‘Alleen op m’n kamer iets lezen en schrijven.’ En mocht hij ooit uitgeschreven zijn over zijn vrienden – of geen vrienden meer hebben - dan heeft Dahmani genoeg andere inspiratiebronnen om over te schrijven met vijf broers en vier zussen: ‘Over hoe je in de rij moet staan voor je eten’ zegt hij, ‘mijn familie is meer dan een theaterstuk waard’.
Maar met Zaka De Klootzak is Dahmani vooralsnog niet klaar: ‘Ik denk erover een drieluik te maken waarin ze ouder worden.’ Hoe het de drie vrienden uit het stuk zal vergaan weet Dahmani nog niet precies maar in het derde deel - ze zijn dan bejaard – weet hij één ding wel zeker: ‘Ik weet niet waarom, maar ik wil dat Zaka in het derde deel doodgaat. Hij – de echte Zaka – zou dat niet leuk vinden..’
dinsdag 27 oktober 2009
Strugglen met een Tafeltje
Door: Maaike Schuurmans
‘WERK’ schrijft één van de jongens in het condens op het raam van de studio waar de repetitie zojuist van start is gegaan. ‘Werkzweet’, zegt hij er nog bij, of ‘angstzweet’, denk ik er achteraan.
Aan de vooravond van het Amsterdamse theaterfestival Hollandse Nieuwe 11 (4 t/m 7 november) bezoek ik, deelnemer aan het speciaal voor Hollandse Nieuwe samengestelde cultuurjournalisten scholingstraject, een repetitie. Ik ben op bezoek bij Ilgin Abeln (regisseur) en Thijs Gilbert (acteur) die samen met nog vier acteurs op het festival hun montagevoorstelling Normaalgesproken Wel gaan brengen. Een voorstelling gebaseerd op improvisatie. Al een aantal repetities zijn zij bezig en nu val ik zomaar op deze regenachtige ochtend binnen. Aanwezigen naast Ilgin en Thijs zijn vandaag Leena Keizer en Thijs Bloothoofd.
Leena sleept een lunchtafeltje naar het midden van de studio, kijkt ernaar, en gaat er als een zeemeermin met melancholieke blik op zitten. vervolgens verplaatst zij zich soepel op, onder en met de tafel van de ene houding naar de andere. Onder de indruk van deze bewegingssequens kijk ik stil toe. Maar de reacties van de anderen zijn niet zo enthousiast als verwacht. En dan begint het mij te dagen. Thijs en Thijs worden geacht het zojuist getoonde bewegingsonderzoek van Leena met het tafeltje óók uit te voeren! Daar staan ineens twee grote mannenlijven achter Leena, met ieder ook een tafeltje - dat ineens heel klein lijkt, of de twee jongens heel groot – klaar om de soepele bewegingen van de veel kleinere Leena over te nemen. Tafels kraken, vloeren bonken, de ramen beslaan en twee Thijsen zuchten; ‘dit is wel ingewikkeld hè?’ ‘Als een worm’ zegt Leena. ‘ik kan dat niet’, zegt de ene Thijs tegen Leena; ‘dat is een fysieke grens die jij niet hebt maar ik wel.’ Maar opgegeven wordt er zeker ook niet. ‘Mijn ego zegt: je kan het heus wel!’, brult de andere Thijs.
Ilgin kijkt toe en geeft aanwijzingen vanaf de kant. Met elkaar wordt gezocht naar de beste manier waarop de Thijsen de verschillende bewegingen kunnen uitvoeren. ‘de struggle is ook mooi’, roept Ilgin. En dat is waar, inmiddels zijn er drie mensen te zien die - ieder op eigen wijze - de controle met zichzelf en het tafeltje proberen te behouden, en daarbij niet opgeven. Wanneer Thijs en Thijs de bewegingen onder de knie krijgen zie ik drie mensen met hetzelfde doel, en dezelfde weg daar naartoe, maar een eigen manier waarop die weg wordt afgelegd. Plots valt een Thijs met zijn tafeltje en vliegt het notitieblokje van Ilgin door de studio. Iemand zet de verwarming zachter, Leena showt haar blauwe plekken – met een lach, dat wel. Vraag me af of Hollandse Nieuwe goed verzekerd is voor ongevallen. Inmiddels gaat de repetitie weer verder,‘kom maar uit bed’, roept Ilgin, en ik kijk.
De uiteindelijke voorstelling zal gaan over ‘vijf(!) mensen in een café aan een bar’. Van die vijf zijn er in deze repetitie drie te zien en ik wordt erg nieuwsgierig naar de ander twee stamgasten. En naar de rest van de voorstelling: ‘terwijl de informatie over de crisis het café binnensijpelt, besluiten ze toenadering tot elkaar te zoeken’, staat in de folder. Ook ben ik benieuwd wat er in de voorstelling te zien zal zijn van het noeste repetitiegeweld van deze ochtend (ik hoop veel!).
Van angstzweet is inmiddels geen sprake meer, maar gezweet wordt hier. Wanneer aan het einde van de ochtend de studio verlaten wordt staan de letters WERK nog steeds in de condens op het raam.
Wo 4 november, 20:30 uur, Machinegebouw 1
Do 5 november, 18.30 uur, Machinegebouw 1
‘WERK’ schrijft één van de jongens in het condens op het raam van de studio waar de repetitie zojuist van start is gegaan. ‘Werkzweet’, zegt hij er nog bij, of ‘angstzweet’, denk ik er achteraan.
Aan de vooravond van het Amsterdamse theaterfestival Hollandse Nieuwe 11 (4 t/m 7 november) bezoek ik, deelnemer aan het speciaal voor Hollandse Nieuwe samengestelde cultuurjournalisten scholingstraject, een repetitie. Ik ben op bezoek bij Ilgin Abeln (regisseur) en Thijs Gilbert (acteur) die samen met nog vier acteurs op het festival hun montagevoorstelling Normaalgesproken Wel gaan brengen. Een voorstelling gebaseerd op improvisatie. Al een aantal repetities zijn zij bezig en nu val ik zomaar op deze regenachtige ochtend binnen. Aanwezigen naast Ilgin en Thijs zijn vandaag Leena Keizer en Thijs Bloothoofd.
Leena sleept een lunchtafeltje naar het midden van de studio, kijkt ernaar, en gaat er als een zeemeermin met melancholieke blik op zitten. vervolgens verplaatst zij zich soepel op, onder en met de tafel van de ene houding naar de andere. Onder de indruk van deze bewegingssequens kijk ik stil toe. Maar de reacties van de anderen zijn niet zo enthousiast als verwacht. En dan begint het mij te dagen. Thijs en Thijs worden geacht het zojuist getoonde bewegingsonderzoek van Leena met het tafeltje óók uit te voeren! Daar staan ineens twee grote mannenlijven achter Leena, met ieder ook een tafeltje - dat ineens heel klein lijkt, of de twee jongens heel groot – klaar om de soepele bewegingen van de veel kleinere Leena over te nemen. Tafels kraken, vloeren bonken, de ramen beslaan en twee Thijsen zuchten; ‘dit is wel ingewikkeld hè?’ ‘Als een worm’ zegt Leena. ‘ik kan dat niet’, zegt de ene Thijs tegen Leena; ‘dat is een fysieke grens die jij niet hebt maar ik wel.’ Maar opgegeven wordt er zeker ook niet. ‘Mijn ego zegt: je kan het heus wel!’, brult de andere Thijs.
Ilgin kijkt toe en geeft aanwijzingen vanaf de kant. Met elkaar wordt gezocht naar de beste manier waarop de Thijsen de verschillende bewegingen kunnen uitvoeren. ‘de struggle is ook mooi’, roept Ilgin. En dat is waar, inmiddels zijn er drie mensen te zien die - ieder op eigen wijze - de controle met zichzelf en het tafeltje proberen te behouden, en daarbij niet opgeven. Wanneer Thijs en Thijs de bewegingen onder de knie krijgen zie ik drie mensen met hetzelfde doel, en dezelfde weg daar naartoe, maar een eigen manier waarop die weg wordt afgelegd. Plots valt een Thijs met zijn tafeltje en vliegt het notitieblokje van Ilgin door de studio. Iemand zet de verwarming zachter, Leena showt haar blauwe plekken – met een lach, dat wel. Vraag me af of Hollandse Nieuwe goed verzekerd is voor ongevallen. Inmiddels gaat de repetitie weer verder,‘kom maar uit bed’, roept Ilgin, en ik kijk.
De uiteindelijke voorstelling zal gaan over ‘vijf(!) mensen in een café aan een bar’. Van die vijf zijn er in deze repetitie drie te zien en ik wordt erg nieuwsgierig naar de ander twee stamgasten. En naar de rest van de voorstelling: ‘terwijl de informatie over de crisis het café binnensijpelt, besluiten ze toenadering tot elkaar te zoeken’, staat in de folder. Ook ben ik benieuwd wat er in de voorstelling te zien zal zijn van het noeste repetitiegeweld van deze ochtend (ik hoop veel!).
Van angstzweet is inmiddels geen sprake meer, maar gezweet wordt hier. Wanneer aan het einde van de ochtend de studio verlaten wordt staan de letters WERK nog steeds in de condens op het raam.
Wo 4 november, 20:30 uur, Machinegebouw 1
Do 5 november, 18.30 uur, Machinegebouw 1
Abonneren op:
Posts (Atom)